Sprinkler
Een sprinkler is een automatische sproeier waarmee beginnende branden onder controle worden gebracht. er gaat een verhaal dat de eerste sprinkler is ontstaan bij de VOC in Nieuw Amsterdam (Amerika) hier had men vaten water op strategische plaatsen in het pakhuis geplaatst voorzien van een drijvend vat buskruit met een lont. Zodoende werd bij brand de buskruit geactiveerd en het water verspreid.
De sprinkler die we heden ten dage kennen is ontstaan in 1898, de smelt-lood sprinkler, daarna ontwikkelde Frederich Grinnell in 1922 de eerste sprinkler voorzien van een glasbulb element.

Een sprinkler bevat een detectie c.q. activeringselement welke bij nagenoeg de meeste sprinklers bestaat uit een glasbulb, in het verleden werd er meer gebruik gemaakt van een gesoldeerde verbinding. Zowel de gesoldeerde verbinding als de glasbulb in een sprinkler hebben dezelfde functie, bij een temperatuur verhoging zal het element activeren en zodoende de sprinkler openen. Bij een gesoldeerd element zal het soldeersel zijn vloeitemperatuur bereiken waardoor de sprinkler opent. Bij een sprinkler voorzien van een glasbulb zal door het opwarmen van het element de vloeistof in de glasbulb opwarmen, het zal zijn dampspanning bereiken, de aanwezige luchtbel zal verdwijnen en het glas zal breken waardoor de sprinkler zal worden geactiveerd.
De temperatuur waarbij een sprinkler activeert is van te voren vast gelegd, en is herkenbaar door de kleur van de vloeistof in de glasbulb. De meest gangbare temperatuur voor een sprinkler is 68 oC.
Nadat in de sprinkler de glasbulb is gebroken zal door de waterdruk op de sprinkler de afsluitdop er uit schieten en het water naar buiten worden geperst. De waterstraal zal terecht komen op de spreidplaat van de sprinkler, waardoor het water zich over een groot oppervlak zal verspreiden.