Voorpagina > Nieuws >

Nieuws

"De hoofdaannemer van de toekomst?!"

ABN AMRO zette onlangs de prognoses en trends in de bouw- en installatiesecotr op een rij. Verwacht wordt dat de bouwproductie ook in 2016 en 2017 flink groeit. De marges van bouwbedrijven staan echter nog wel onder druk. Met een aandeel van 4,6 procent in de Nederlandse economie is de bouwsector geen grote sector. Maar het belang van de sector is aanzienlijk, doordat er veel sectoren afhankelijk van de bouw zijn. Onze directeur Marcel de Groot gaf voor ABN AMRO Insights zijn reactie op de trends en prognoses van de bank. 

<dit artikel verscheen eerder op de website van ABN AMRO. Klik hier om naar het volledige artikel te gaan>


 ’Wij willen de beste zijn in ons vakgebied´

Herman de Groot begon in 1965 voor zichzelf als cv-monteur, met 25-duizend gulden, geleend van ouders en schoonouders en opererend vanuit de huiskamer in Emmen. Als zijn vrouw de oudste kinderen naar school had gebracht, ontving ze de eerste vertegenwoordigers met koffie. Nu, 51 jaar later, runnen twee zonen en drie dochters de elf vestigingen van De Groot Installatiegroep, over heel Nederland verspreid. Hun business is: elektrotechniek, werktuigbouw, brandbeveiliging voor utiliteit en industrie. Marcel, algemeen directeur: ‘Woningbouw, daar gaan we niet aan rekenen, hebben we nooit gedaan, ook niet in de slechtste jaren van de crisis. Dat is een andere tak van sport. Waarmee ik niet uitsluit dat we er ooit een onderneming voor gaan opzetten.’

Is de installateur anno 2016 de hoofdaannemer van de toekomst?

‘Dat zou best eens kunnen, al zal bij grote nieuwbouwprojecten de aannemer altijd de regie blijven voeren. Bij renovatie ligt dat anders. Veel vaker dan vóór de crisis zie je dat panden totaal gerevitaliseerd worden, en daarna moeten voldoen aan de nieuwste duurzaamheidseisen. Dat kan alleen als de bouwkundige staat van het gebouw goed is, anders los je het probleem niet op. Wat wél altijd helemaal opnieuw aangelegd moet worden, zijn de technische installaties, want die hebben de grootste impact op duurzaamheid en comfort. Bij die revitaliseringsprojecten doen wij dus het grootste deel van het werk. En daarom coördineren we soms álle uitvoerende partijen, zoals glaszetters en schilders. Voor ons is dat een nieuwe, soms wat ongemakkelijke rol, want vroeger deed een bouwende aannemer die coördinatie. We pakken die regierol bij kleinere projecten, maar wie weet straks ook bij de grotere. Daar zullen we dan bouwmensen voor in dienst moeten nemen die excellent kunnen coördineren en goede partnerschappen kunnen zoeken.’

Is het interessant voor jullie om dat soort projecten helemaal in eigen beheer te gaan uitvoeren?

‘Nee, die behoefte hebben we niet. We willen de beste zijn in ons vakgebied. En dat lukt aardig, we werkten bijvoorbeeld mee aan het Rijksmuseum, het Paleis op de Dam, het Tropenmuseum, het Nationaal Militair Museum en De Rotterdam. In dat gebouw legden we 65 kilometer pijp aan, met 14.000 duizend sprinklerkoppen. In het vernieuwde station Amsterdam Centraal legden we veel installaties aan. En ook bij het werk aan de oostlijn van de Amsterdamse metro zijn we betrokken. De gemeente wil dat het werk daar strak binnen de gestelde tijdslijnen gerealiseerd wordt. Hoe beter het werk kan worden voorbereid, des te kleiner de faalkans. Want als een monteur ter plekke nog oplossingen moet verzinnen, kom je in de problemen en loop je achter de feiten aan. De tekeningen en voorbereidingen moeten dus goed zijn. Wij produceren daarom ook steeds meer prefab, – vooral sprinklerinstallaties. Een goede voorbereiding vergt een tijdige aanbesteding. Soms beslist men zó laat, dat de opleverdatum enigszins onrealistisch is geworden. Als onderhandelingen over de deadline niets opleveren, laten we het project schieten. Werkhonger of niet. De faalkosten zouden veel te hoog zijn geworden.’

Hoe kan een installateur zijn duurzame producten nóg slimmer afstemmen op de behoeftes van de klant?

‘Behalve de al bekende duurzame technologieën als zonnepanelen, ledverlichting, biogasinstallaties gestookt op houtsnippers, aardwarmte en lucht-warmtepompen, zie ik veel toekomst in technieken die met sensoren werken. Nu al worden sensoren veel gebruikt bij licht dempen in ruimtes waar geen mensen zijn. Maar waarom zou je ook niet de warmtebronnen automatisch zachter zetten, bijvoorbeeld als sensoren middels CO2-detectie of infrarood registreren dat er geen mensen in de ruimte zijn. Dat zijn zéér wel denkbare technieken.’

Terug naar overzicht

deel: